In dit overzicht hebben we begrippen en definities verzameld die in Nederland gebruikt worden (of zijn gebruikt) binnen de organisaties die een rol en taak hebben binnen de crisisbeheersing, rampenbestrijding en calamiteitenbestrijding.
Wij staan niet in voor de juistheid van de begrippen en de bijbehorende definities.
Veiligheidsregio
Een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s
Ramp
Een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Rampenbestrijding
Het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio treft met het oog op een ramp, het voorkomen van een ramp en het beperken van de gevolgen van een ramp.
Crisis
Een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.
Crisisbeheersing
Het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen.
geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een meldkamer.
GHOR
De geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied.
Ambulancevervoerder
Degene aan wie op grond van de Wet ambulancevervoer een vergunning tot het verrichten van ambulancevervoer is verleend.
Veiligheidsberaad: de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk.
Aanvalsplan
Plan dat specifieke gegevens bevat over een locatie ten behoeve van een veilig en doelmatig optreden van een hulpverleningsdienst, indien zich op die locatie een incident voordoet.
Actiecentrum
De plaats van waaruit een dienst of organisatie de eigen bijdrage aan de rampenbestrijding regelt.
Advanced Life Support (ALS)
Het verrichten van levensreddende medische handelingen naast de basale hulpverlening (BLS), die tot doel hebben de circulatie te herstellen, zijnde defribilleren / cardioverteren, beademing met 100% zuurstof, incubatie en medicamenteuze therapie.
Aflossing
De vervanging van een functionaris/eenheid door een andere functionaris/eenheid, die in principe dezelfde taak ter plaatse overneemt.
Alarmeren
Het geven van een attentiesignaal dat, al dan niet via hetzelfde medium, dient te worden gevolgd door een oproep (eenheden / diensten) of een waarschuwing (onder andere het publiek). Zie ook: waarschuwen.
Ambulancebijstandsplan
Het Ambulancebijstandsplan is een voorbereid plan waarin de CPA'en staan vermeld, gerangschikt naar oplopende afstand vanuit de bijstandvragende regio.
Ambulance Opstelplaats
Locatie in de directe omgeving van de ongevalsplaats waar (bijstands)ambulances staan opgesteld in afwachting van hun inzet.
Basic Life Support (BLS)
Basale hulpverlening om vitale functies van slachtoffers te bewaken en zonodig te ondersteunen.
Behandelcentrum
Een plaats waar lichtgewonde slachtoffers van een ongeval/ramp, die niet in een ziekenhuis behoeven te worden opgenomen, worden bijeengebracht voor een medische behandeling.
Beleidsteam (gemeentelijk)
Het door de burgemeester samengesteld orgaan dat hem / haar bij het opperbevel van de rampenbestrijding bijstaat.
Beleidsteam (regionaal)
Het door de coördinerend bestuurder samengesteld orgaan dat hem / haar bij het coördineren van de rampenbestrijding bijstaat.
Besmetting
De neerslag en/of absorptie van radio-actief materiaal, biologische of chemische (strijd)middelen of andere (industriële)chemische producten op en door gebouwen, terrein, materieel, voedingsmiddelen en personen.
Bevel
Een bevel is een bepaling van een bevelvoerder waarmee hij een of meer van zijn mensen opdraagt een taak met een bepaald doel uit te voeren. Voor de ontvangers is een bevel een opdracht die onvoorwaardelijk moet worden opgevolgd en waarvoor ze zich volledig moeten inzetten.
Bevoegd gezag
Al naar gelang de van toepassing zijnde wettelijke bepaling de burgemeester, de voorzitter van de regionale brandweer, de commissaris der Koningin, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Bijstand
Aanvullend potentieel van buiten de eigen dienst, aangevraagd door het bevoegd gezag.
Briefing
Een bijeenkomst ter instructie van personeel.
Bureau GHOR
Het bureau waar de Regionaal Geneeskundig Functionaris en zijn medewerkers zijn gevestigd.
Centraal Registratiebureau Afhandeling Schade (CRAS)
Een taakgroep van schade-experts die zich door actief en passief informatie vergaren richt op het op een centrale plaats verkrijgen van een totaaloverzicht van ontstane schade.
Centraal Registratie- en Informatiebureau (CRIB)
Het bureau dat slachtoffers registreert, dat centraal gegevens verzamelt omtrent doden, gewonden, vermisten en verplaatste personen, deze gegevens registreert en op aanwijzingen van het bevoegd gezag aan belanghebbenden verstrekt.
Centrale Post Ambulancevervoer (CPA)
De organisatie belast met de coördinatie van het ambulancevervoer binnen een bepaalde regio. Let op: tegenwoordig wordt steeds meer de term Meldkamer ambulancegehanteerd.
Commandant van Dienst - Geneeskundig (CvD-G)
De functionaris die verantwoordelijk is voor de leiding over de geneeskundige
hulpverlening ter plaatse en de afstemming hiervan op de overige hulpverlening.
Commissaris van Dienst - Politie (CvD-P)
De functionaris die verantwoordelijk is voor de leiding over de inzet van de politie ter plaatse en de afstemming hiervan op de overige hulpverlening.
Commandostructuur
De leidingstructuur van de rampenbestrijdingsorganisatie op uitvoerend niveau, de operationeel gerichte leidingstructuur van een bepaalde dienst, van militaire eenheden of anderszins.
Commando Plaats Incident (CoPI)
De commandant plaats incident met zijn operationele staf.
Coördinator Gewondenvervoer (CGV)
Een functionaris van de CPA verantwoordelijk voor de coördinatie van de
gewondenvervoer en het ambulanceverkeer ter plaatse.
Coördinerend gemeentesecretaris
Een van de vooraf aangewezen gemeentesecretarissen, die zitting heeft in het Regionaal Beleidsteam.
Crisis
Een ernstige verstoring van de basisstructuren dan wel aantasting van fundamentele waarden en normen van het maatschappelijk systeem.
Crisiscommunicatie
De communicatie die plaats vindt bij een crisis, ramp of zwaar ongeval. Voorlichting die plaatsvindt wanneer een ramp dreigt, zich voltrekt of zojuist heeft plaatsgevonden en die erop gericht is de bevolking adequaat te laten reageren op de actuele omstandigheden om zo schadelijke gevolgen te vermijden, te beperken of ertegen op te treden.
Debriefing
Bijeenkomst ter nabespreking en evaluatie van de inzet.
Driehoeksoverleg
Het overleg tussen een burgemeester en een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie, in aanwezigheid van een politiechef, dat gericht is op beleidsafstemming voor opdrachten aan de politie.
Evacuatie
Een door de overheid gelaste verplaatsing van groepen personen in Nederland met daaronder begrepen: vervoer(sbegeleiding), opneming, verzorging en terugkeer van deze groepen, de voorbereiding daarvan en de nazorg.
Geneeskundig potentieel
Verzamelterm voor ambulancehulpverlening, traumateams, SIGMA, geneeskundige groepen en andere vormen van geneeskundige bijstand.
Geneeskundige hulpverlening
Het in georganiseerd verband verrichten van gewondenzorg vanaf de vindplaats tot het moment waarop de behandeling door een ziekenhuis of de eerstelijns gezondheidszorg wordt overgenomen.
Geneeskundige hulpverleningsketen
De keten van samenhangende en georganiseerde reddings-, medische en paramedische handelingen, vanaf het opsporen van de gewonden, tot het moment dat verdere behandeling in een ziekenhuis niet meer nodig is. De geneeskundige elementen in de hulpverleningsketen zijn: de hulpverlening op het rampterrein aan de gewonden; de hulpverlening in het gewondennest; het vervoer vanuit het gewondennest naar de
verzamelplaats gewonden, alsmede de begeleiding tijdens dat vervoer; de hulpverlening in de verzamelplaats gewonden; het vervoer van de verzamelplaats gewonden naar een ziekenhuis, alsmede verzorging tijdens dat vervoer; en de behandeling, nazorg en revalidatie in de ziekenhuizen.
Gewondenkaart
Kaart waarop vanaf de vindplaats de persoonlijke en medische registratie plaatsvindt en die steeds bij het slachtoffer blijft.
Gewondennest
Een eerste verzamelpunt van gewonde slachtoffers in het rampterrein. In een gewondennest worden ten minste de volgende taken verricht: de eerste hulp dan wel de aanvullende eerste hulp aan gewonden; het opvangen van ambulante gewonden en het verwijzen daarvan naar de verzamelplaats gewonden; het invullen van de gewondenkaarten.
Gewondenspreidingsplan
Een voorbereidingsplan waarin in volgorde van afstand de ziekenhuizen staan vermeld, met onder andere de medische behandelcapaciteit per ziekenhuis.
Gezondheidsdienst (GGD)
Een gemeentelijke of intergemeentelijke gezondheidsdienst ter uitvoering van aan de gemeente opgedragen taken op het gebied van de volksgezondheid.
Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijding Procedure (GRIP)
Uitwerking van het opschalingsproces in coördinatiealarmfasen. Elk coördinatiealarm heeft zijn eigen kenmerken, die gebaseerd zijn op de bijbehorende taken, bevoegdheden of verantwoordelijkheden.
Hoofd Sectie Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (HS-GOR)
De hoogste geneeskundige functionaris op tactisch niveau die namens de RGF vanuit het (regionaal)operationeel team direct leiding geeft aan onder andere de CvDG-en, het actiecentrum-GHOR en CPA.
Hulpbehoefte/hulpvraag
Indicatie van de effecten van een ramp voor zover deze een acuut en grootschalig beroep op de hulpdiensten betekenen.
Hulpverleningsgebied
Dat deel van het rampterrein waarop de hulpverlening zich concentreert omdat daar sprake is van waarneembare of te verwachten schade aan de gezondheid van grote aantallen personen of aan grote materiële belangen.
Informatie- en Adviescentrum (IAC)
Centrum dat informatie en advies verzorgt aan door een zwaar ongeval of ramp getroffenen, relaties en omwonenden vanuit een één-loketorganisatie.
Inzetvak
Het aangewezen gedeelte van het rampterrein, waarin een daarvoor bestemde Rampbestrijdingseenheid zijn opdracht uitvoert.
Leider Commando Plaats Incident
Degene die onder het opperbevel van de burgemeester, op de plaats incident leiding geeft aan eenheden, meestal de commandant brandweer.
Logboek
Document waarin alle gebeurtenissen en afspraken in chronologische volgorde worden genoteerd.
Logistiek
Alle voorbereidingen en handelingen die nodig zijn om het potentieel voor de bestrijding van ongevallen en rampen zo doeltreffend mogelijk in te zetten en te bevoorraden.
Loodspost
Een als regel vooraf bepaalde, gemakkelijk te vinden plaats waar bijstandverlenend potentieel wordt opgevangen en van waaruit het naar een gewenste plaats wordt geleid.
Medische Behandelcapaciteit (MBC)
Het aantal gewonden van urgentieklasse T1 en T2 dat per uur (volgens de geldende medische inzichten)in een ziekenhuis kan worden behandeld.
Mobiel Medisch Team (MMT)
Een team bestaande uit een arts, een verpleegkundige en een chauffeur, dat
in staat is ter plaatse van een zwaar ongeval of ramp triage uit te voeren en
hoogwaardige specialistische hulp te verlenen.
Nazorg
Geheel van maatregelen gericht op terugkeer naar de normale situatie.
Ondersteuning
Het geheel van secretariële, logistieke en verbindingstechnische voorzieningen, dat ten doel heeft een staf of een Gemeentelijke Beleidsteam te laten functioneren.
Ondersteuningsgebied
Het deel van het rampterrein dat nodig is om het optreden in het hulpverleningsgebied mogelijk te maken.
Ontruiming
Het voor korte duur verlaten van de verblijfplaats op een advies van parate diensten. Brandweer en politie kunnen direct tot een dergelijk advies overgaan, indien daarvoor, binnen aan te geven grenzen, een mandaat is versterkt. Een voorwaarde daarbij kan zijn dat zij de ontruiming zelf in goede banen kunnen leiden (vergelijk: evacuatie).
Operationeel leider
De functionaris in het ROT die door het bevoegd gezag is aangewezen om de
operationele leiding uit te oefenen. Hij adviseert de burgemeester in het Gemeentelijke Beleidsteam over operationele aangelegenheden. Beleidsbeslissingen vertaalt hij binnen het Regionaal Operationeel Team in operationele opdrachten en hij coördineert de uitvoering daarvan. In beginsel is de leidinggevende van de brandweer tenzij de burgemeester een andere voorziening treft.
Operationele leiding
De bevoegdheid tot het in opdracht van de burgemeester geven van bindende aanwijzingen aan commandanten/hoofden van de bij de rampbestrijding samenwerkende zelfstandige diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden van de commandanten/hoofden van de diensten aangaande de wijze van uitvoeren van de taken.
Opperbevel
Opperbevel duidt op twee samenhangende noties: enerzijds de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid, anderzijds de zeggenschap over ieder die aan de (rampen)bestrijding deelneemt, zulks in het bijzonder met het oog op een goede coördinatie.
Opschalen
Het veranderingsproces tijdens een ramp van het functioneren van het bestuur, de parate diensten en de gemeente, vanuit de dagelijkse situatie naar één regionale organisatievorm waarmee een ramp multidisciplinair wordt bestreden. Opschaling is uitgewerkt in coördinatie-alarmfasen; ook wel Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure (GRIP) genoemd.
Opvangcentrum
De plaats waar niet-gewonde en behandelde lichtgewonden worden ondergebracht in afwachting van de mogelijkheid tot terugkeer naar de eigen woongelegenheid of onderbrenging elders.
Plaats Incident
Het door de opperbevelhebber aangewezen gedeelte van een gemeente waarbinnen bijzondere regimes gelden ten aanzien van de handhaving en het herstel van openbare veiligheid en openbare orde.
Preventie
Geheel van maatregelen gericht op het zo klein mogelijk houden van risico’s en de gevolgen van eventuele ongevallen te beperken.
Preventieve Volksgezondheid en Medisch-Hygiënische Maatregelen
Dit betreft het geven van adviezen en voorlichting over medisch-hygiënische maatregelen en zonodig het preventief collectief verstrekken van medicamenten.
Preparatie
De voorbereiding op de acute bestrijding van ongevallen en rampen.
Pro-actie
Het wegnemen van structurele oorzaken van onveiligheid.
Provinciaal Coördinatie Centrum
Het zenuwcentrum van de provincie bij rampen die een provinciale inzet vragen.
Provinciale Rampenstaf
Door de Commissaris van de Koningin samengesteld orgaan dat hem bijstaat bij zijn coördinerende en bijstand regelende taak in de rampenbestrijding.
Psychosociaal opvangteam( PsOT)
Een team met een vaste samenstelling van psychosociale hulpverleners van GGD, GGZ, Bureau Slachtofferhulp, Rode Kruis, Leger des Heils en Algemeen Maatschappelijk Werk, dat in de opvangfase van een calamiteit aan slachtoffers en hulpverleners psychosociale hulp en begeleiding biedt in een Opvang- en Verzorgingscentrum en, indien gewenst, ook in ziekenhuizen en bij het informatiepunt van het CRIB .
Ramp of zwaar ongeval
Een gebeurtenis waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu, of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad, en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Rampbestrijdingsplan
Het samenstellen van maatregelen dat voorbereid is voor het geval zich een ramp voordoet die naar plaats, aard en gevolgen voorzienbaar is. Met ‘plaats’ wordt niet slechts één gebied bedoeld, maar ook een object of een traject (spoorweg, weg ).
Rampenbeheersing
Het geheel van overheidsmaatregelen inzake het voorkomen en beperken van risico ’s die tot rampen en zware ongevallen kunnen leiden, de voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen, de daadwerkelijke bestrijding en de zorg na rampen. Rampenbeheersing omvat het risicobeleid van de overheid en de rampenbestrijding.
Rampenbestrijding
Het geheel van overheidsmaatregelen inzake de voorbereiding op de bestrijding van rampen en zware ongevallen, de daadwerkelijke bestrijding en de zorg na rampen.
Rampenplan
Een organisatieplan waarin in algemene zin is aangegeven hoe in geval van een ramp of een dreigende ramp gehandeld dient te worden te einde tot een doelmatig bestrijden van de ramp en de gevolgen daarvan te komen.
Rampgebied
Deel van het Nederlands grondgebied waarvoor buitengewone omstandigheden in de zin van de Wet rampen en zware ongevallen zijn afgekondigd.
Ramptype
Een categorie van mogelijke rampen, die qua soort effecten en qua ontwikkeling in de tijd op elkaar lijken.
Regionaal Commandant van Dienst – Brandweer (RCvD-B)
De functionaris die verantwoordelijk is voor de leiding over de brandweerinzet ter plaatse en de afstemming hiervan op de overige hulpverlening.
Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF)
Hoogst leidinggevende en ambtelijk eindverantwoordelijk functionaris binnen de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.
Regionaal Operationeel Team
Een team van vertegenwoordigers van de betrokken diensten/organisaties dat onder leiding van de operationeel leider een gecoördineerde uitvoering van de rampbestrijding bevordert.
Repressie
Het daadwerkelijk bestrijden van onveiligheid en het zorgen voor de daarbij behorende hulpverlening.
Risicobeleid
Het geheel van overheidsmaatregelen gericht op het voorkomen en beperken van risico ’s die kunnen leiden tot rampen en zware ongevallen.
Risicocommunicatie
Communicatie over risico’s.
SIGMA
Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie, bestaande uit 8 vrijwilligers van bij voorkeur het Rode Kruis, waaronder een leider en een chauffeur, die de professionele hulpverleners assisteert en ondersteunt bij grootschalige ongevallen en rampen.
Traumateam
Een team dat in staat is ter plaatse (buiten een ziekenhuis)triage uit te voeren en hoogwaardige specialistische hulp te verlenen. Ook: MMT .
Triage
Het classificeren van gewonden naar de ernst van de opgelopen letsels. Deze
classificatie resulteert in een aantal urgentieklassen voor behandeling en vervoer.
Uitgangsstelling (UGS)
De plaats waar het bij de rampbestrijding in te zetten potentieel wordt samengetrokken, van waaruit het wordt ingezet en waarheen het na de werkzaamheden terugkeert.
Urgentieklasse
De medische behandelurgentie van bepaalde gewonden. Resultaat van triage. De classificatie geschiedt aan de hand van de toestand van de Ademhaling (A),het Bewustzijn (B)en de Circulatie (C). De urgentieklassen zijn :
- Urgentieklasse T1 (A,B,C -instabiele slachtoffers): Gewonden wier leven onmiddellijk worden bedreigd door een obstructie van de ademwegen en/of door stoornissen van de ademhaling en/of circulatie;
- Urgentieklasse T2 (A,B,C-stabiele slachtoffers te behandelen binnen 6 uur):
Gewonden wier leven na enkele uren wordt bedreigd door een obstructie van de ademwegen, stoornissen van de ademhaling en/of circulatie of die gevaar lopen op ernstige infecties of invaliditeit, wanneer zij niet binnen 6 uur na oplopen van het letsel behandeld worden;
- Urgentieklasse T3 (A,B,C-stabiele slachtoffers): Gewonden die niet bedreigd worden door een ademwegenobstructie, stoornissen van de ademhaling en/of circulatie, ernstige infectie of invaliditeit;
- Urgentieklasse T4 (A,B,C-instabiele slachtoffers): Gewonden, waarbij onder de gegeven omstandigheden de ademweg niet kan worden vrijgemaakt en vrijgehouden, de ademhaling niet kan worden veiliggesteld, bloedingen niet tot staan kunnen worden gebracht en shock niet toereikend kan worden bestreden.
VerbindingsCommandowagen (VC)
Voertuig van waaruit de coördinatie van de inzet geregeld wordt.
Veiligheidszone
Een gebied rond het rampterrein dat de politie in staat stelt het rampterrein af te zetten/schermen.
Versterking
Aanvullend potentieel uit eigen dienst.
Verzamelplaats gewonden
Een plaats waar gewonden bijeenbracht worden, waar door georganiseerde
hulpverleners een voortgezette triage plaatsvindt, ten behoeve van het bepalen van de behandelen vervoersurgentie, levensreddende en stabiliserende behandelingen worden verricht en waar zij gereed gemaakt worden voor verder vervoer naar een ziekenhuis.
Waarschuwen
Betrokkenen informeren over een gevaar en het daarbij geven van een gedragsadvies .
Ziekenautostation (Zaustat)
Een plaats waar de aan het gewondenvervoer deelnemende ziekenauto ’s zich melden om een rij-opdracht te ontvangen.
Ziekenhuisrampenopvangplan (ZiROP)
Een door een ziekenhuis opgesteld plan, waarin opgenomen alle noodzakelijke interne medisch-organisatorische maatregelen voor de medische behandeling van gewonden, waarmee de Medische Behandel Capaciteit maximaal benut kan worden.